Halverwege mijn verblijf wilde ik even wat anders doen (iets met in mentaal in balans blijven). In Nederland had ik me al enigszins verdiept in verschillende wandeltochten en had in gedachte om de Mount Everest Base camp of de Annapura wandeltocht te gaan doen. Echter de eerstgenoemde was 12 dagen en vond ik zelf te lang en wilde dus de Annapura wandeltocht doen (3 tot 6 dagen) en had in Kathmandu wat “tracking gear” gekocht en was dus goed voorbereid.
Ik heb meerdere keren gekeken wat de beste periode was om dit te doen en helaas is het nu de regenseizoenperiode in Nepal en is er dus veel regen en “landslides”, kortom het ging niet lukken. Best jammer al die spullen bij me en dan niet kunnen gaan.
Tijdens een lunch met een bevriende arts van Ricky kwamen we op het idee om richting Ilam te gaan, iets van een ontdekkingsreis en zouden we dit doen met een serieuze 4×4 SUV. Dit gebied staat bekend vanwege de wereldwijd bekende theeplantages en grenst tegen de Indiase grens aan (overigens is het zo dat Nepal of tegen de Chinese of Indiase grens aan ligt). Letterlijk aan de overkant van Ilam, heb je de Indiase thee concurrent Darjeeling tea, welke gedronken wordt door vele koningshuizen. Hier konden we ook wandelen tot een hoogte van ongeveer 3500 meter, dus prima alternatief dacht ik.
De reis zou ongeveer 500 kilometer zijn en de verwachting was dat we er ongeveer 15 uur over zouden doen. Hier moest er bij mij wel ergens een kwartje moeten vallen, maar dat deed het dus niet… Ik had de verwachting dat we op volledig geasfalteerde wegen zouden rijden zoals we dat in westerse landen ook gewend zijn. Natuurlijk was dat niet zo.
Het eerste gedeelte van de reis reden we van Chitwan naar Janakpur en staat bekend vanwege het feit dat dit de geboorteplaats is van de hindoestaanse godin Sita, de vrouw van de god Rama, het beste te vergelijken als de rustplaats van Maria Magdalena in Efeze (Turkije) en is dus een heilige plaats.
Je zag gaande weg de reis dat de wegen slecht begonnen te worden, een beetje als de weg van Kathmandu richting Chitwan en dat ging prima in de auto die we gehuurd hadden. Eenmaal aangekomen in Janakpur zijn we naar de Jānakī Mandir (tempel) gegaan om deze te bezoeken. Wat mij direct opviel was het grote verschil in hygiëne, geur en mensen. Er werd aangeboden om de bekende chai te gaan drinken, maar heb daar van afgezien, iets met geen risico willen lopen op voedselvergiftiging. De tempelbezoek was indrukwekkend en doet wel iets met je als je op een “heilige” plaats zoals deze rondloopt.
Na overnachting in hotel de volgende dag op pad richting Ilam. Goed gehumeurd de volgende dag op weg. Dat was van korte duur want vanaf dat moment alleen maar onverharde wegen, kuilen, rotsen en continu wegwerkzaamheden en gemiddeld 10 tot 20 km per uur.
Ik dacht op een gegeven moment dat we in een aflevering van “De gevaarlijkste wegen van de wereld” zaten. We hebben in Nederland altijd een mening over de andere wegbestuurders, zeker ook als je ooit met de auto in Parijs of Rome hebt gereden en prijzen we onszelf als goede rijders, lariekoek ! Dat is niets vergeleken met hier of andere drukke plekken in Azië, zoals Kuala Lumpur, Hanoi, Bangkok etc. Ik heb echt bewondering hoe ze hier rijden en dat ze nooit boos op elkaar worden, maar had graag en liever verharde wegen gehad.
Eenmaal aangekomen in het gebied van Ilam (dus niet de plaats) erg blij met het koele weer en voelde me eventjes de koning te rijk. Alhoewel het al schemerig was toen we aankwamen konden we de mooie theeplantages al bewonderen.
De volgende dagen vroeg vertrokken voor wandelingen en kon ik eindelijk mijn wandelschoenen en tracking gear uitproberen, helemaal leuk! Wat een geweldige dagen, lekker koel en winderig, volledig anders dan in Chitwan met hoge temperaturen en luchtvochtigheid.
De terugweg naar Kathmandu was nog erger dan de heenweg want we reden door/over de bergen heen. Ach op een bepaald moment doorleef je alles en ben ik dankbaar dat ik Ilam mocht bezoeken, blijkt achteraf toch iets unieks te zijn omdat hier (bijna) geen toeristen komen (behalve die uit India).
Eenmaal aangekomen in Kathmandu hebben we voor twee dagen een “fatsoenlijk” hotel geboekt en heb ik heerlijk geslapen en gedoucht, iets wat je dan opeens gaat waarderen.
In de dagen dat we in Kathmandu waren hadden we een aantal meetings ingepland, waaronder een bezoek aan een andere NGO welke zich bezig houdt met onder andere watermanagement en agrarische sector. Dit bezoek had meerdere doeleinden:
- Kennismaking met de agricultuur wetenschappers.
- Live inzicht in hoe organisch- en biodynamische agricultuur werkt.
- Planning en bespreken bezoek aan Chitwan t.b.v. project “Saipam” alsmede landbouw voor het ons kinderhuis voor een duurzaam voedselvoorziening.
Na een kennismaking en rondleiding met de heren afgesproken om verder te praten in Chitwan. Dit omdat we aan het onderzoeken/verkennen zijn hoe we bepaalde dorpen en het kinderhuis zelfredzaam kunnen maken.
Het “weekje wat anders” heeft mij heel goed gedaan en ben ik met goede energie vertrokken richting Chitwan voor het tweede gedeelte van mijn periode alhier.






Voor diegene die alsnog een bijdrage willen doen:
https://projectnest.org/crowdfunding-maaltijden-voor-50-kinderen-voor-1-jaar
